Wiecher is op 9 april 2009 overleden.
In oktober 2008 hield Krijnie het onderstaande interview met hem:
Wiecher Blaauw is al 18 jaar SOUZAlid. Hij kwam bij SOUZA terecht op een zoektocht naar ontwikkelingsmogelijkheden voor zijn schilderen.
Lang was hij lid van een groep die schilderde onder leiding van Karl van Beekum.
Toen de groep uiteen gevallen was schilderde Wiecher enkele jaren alleen verder. De behoefte aan de stimulans van en de contacten in een groep werd steeds groter.
SOUZAlid Jack Alberts introduceerde hem in 1990 bij SOUZA, waar hij vond wat hij zocht: een inspirerende groep, kritiek waar je wat aan hebt en uitstekende begeleiding van vooral Ruud Venekamp.
Schilderen is voor Wiecher meer dan een hobby!
Wie de Groningse waarderingsschaal van "'t kon minder" kent weet dat achter deze uitspraak heel wat schuilgaat.
Wiecher is altijd nieuwsgierig naar werk van anderen. Hij leest kunsttijdschriften en kunstboeken en bezoekt musea en galeries. "Als ik goed werk zie heeft dat iets vanzelfsprekends, denk ik 'ja, zo hoort het' , krijg ik het gevoel dat het allemaal niet zo moeilijk is en wil ik zelf aan het werk! Middelmatig of slecht werk, daarentegen, maakt me moe, op het moedeloze af; al dat geworstel en het dan toch niet halen."
"Het werk van allerlei kunstenaars inspireert me, ik heb een enorme verzameling kunstkaarten opgebouwd, met name van werk van coloristen. Daar kijk ik veel in. Ik ben nu bijvoorbeeld van plan om over La Palma te gaan schilderen, waar we enkele malen geweest zijn. Uit de kaartenverzameling heb ik nu een tiental bij elkaar gezocht dat daar op de een of andere manier iets mee te maken heeft: bij de een de schaduwen, bij een ander het grenzeloze van de oceaan.
In mijn werk komen altijd bestaande voorwerpen, gebouwen voor. Om die op een argeloze, spontane manier in mijn composities te kunnen verwerken maak ik gebruik van een episcoop, ik ben geen geweldige tekenaar en het worstelen met perspectief e.d. zou me blokkeren in mijn bedoeling.
Ik werk meestal in acryl, maar ben van plan in de komende tijd alleen de onderschildering in acryl te doen en verder uit te werken in olieverf."
Waarom?
"Ik geloof erg in 'killing your darlings': als iets je te gemakkelijk afgaat moet je er van afstappen. Op het atelier van Frank Hutchison zag ik ook weer dat de kleuren van olieverf toch meer blijven gloeien.
Ik werk meestal op niet al te groot formaat, 80x80cm is wel het maximum. Ik verlang ook niet naar 'het grote gebaar'".
.
Wiechers atelier waar hij al zijn werk maakt, is de omgebouwde garage van zijn huis. Glazen deuren bieden uitzicht op de tuin, een groot raam kijkt uit op de oprit en de voordeur. In een aparte ruimte is zijn werk opgeslagen. Niet eens zo veel: het CBK Drenthe heeft nogal wat meegenomen voor de kunstuitleenpunten in de hele provincie.
Als hij aan het werk is staat altijd Radio 4 aan, liefst met barokmuziek.
Er zit misschien wel iets overeenkomstigs in de kunststromingen die Wiecher het meest aanspreken: expressionisme, fauvisme, pop-art, de Leipziger schule. Zijn het niet allemaal stromingen van sterke, bijna brutale statements? Wiecher voelt zich aangesproken door het verrassende, het nieuwe wegen gaan ervan.
Er zijn meerdere kunstenaars die hij bewondert. Als eerste noemt hij Matisse en dan Chagall, David Hockney voor de Britse pop-art en Neo Rauch als vertegenwoordiger van de Leipziger schule.
Door omstandigheden is er van museumbezoek de laatste maanden niet zoveel gekomen. Wiecher bewaart goede herinneringen aan Go China in het Groninger Museum, aan de hedendaagse Chinese kunst om precies te zijn. Hij noemt de levensgrote tank van neonbuizen, de meer dan manshoge vazen en de realistische schilderijen.
"Ik zoek toch altijd naar kunst waarin grenzen worden verlegd. Als ik voor 'de' kunstschatten Venetië of Florence bezoek wil ik toch altijd ook de plaatselijke 'contemporary art' opzoeken.



