Ludi Brandwagt-Bok

Ludi is SOUZAlid sinds 1991. Toen ging ze, na herhaaldelijk aandringen door Barend de Graaff een keertje kijken. En bleef.
Met o.a. Barend zat ze enkele jaren in een modeltekengroepje. Op de een of andere manier had ze een vooroordeel tegen SOUZA opgedaan. De, altijd serieus te nemen, mening van Barend en het zien van de serie Deense schilderijen van Wiecher Blaauw op een expositie in de Muziekschool in Emmen hielpen haar over de streep.
Barend en zijn meningen mist ze, sinds december 2004, nog steeds.

Schilderen is, al vanaf haar kindertijd, belangrijk voor Ludi.
Schilderen is niet een totale en voortdurende vreugde. Daar begint het wel mee, met het heerlijke spel, het puzzelen met vorm, kleur en compositie. Maar op een gegeven moment levert het spel een worsteling op als het af moet, als het allemaal moet kloppen, als het moet worden wat de bedoeling was.
Een belangrijk schilderij maakte Ludi in de zware periode van herstel van haar ernstige ziekte in 2007. Ze had een weerstand tegen schilderen, dacht het niet te kunnen. Als therapie en afleiding begon ze in de vertrouwdheid van haar atelier weer te 'schilderen': alleen streepjes in alle gelen die ze had en wat roze. Weer over een streep geholpen.

Ludi's inspiratie kan overal vandaan komen: licht op het water, een detail van het lichaam van een model, het spel van schaduw en licht op de kleinkinderen onder de bomen in het gras. Of soms een elastiekje op de grond. Een tamelijk impressionistisch setje gegevens, beseft Ludi zelf ineens.

Ludi werkt gewoonlijk met acryl. De laatste tijd heeft ze ook wel weer geaquarelleerd, toch ook een heel aantrekkelijke techniek. Ze heeft al langer het plan om met olieverf te gaan werken.

Het formaat van het merendeel van haar schilderijen is 70x100cm. Dat is het formaat van beplakt grijsboard waar ze het liefste op werkt. Dat heeft een neutraal, struktuurloos oppervlak wat ze prettiger vindt dan doek. Bovendien geeft zo'n opgespannen en geprepareerd doek haar altijd het enigszins bezwarende gevoel:"Dit moet een kunstwerk worden".

Ludi maakt gebruik van, zelfgemaakte, foto's. Bijna al haar foto's maakt ze met het idee dat het mogelijk een schilderij kan worden. Ze vindt ook wel afbeeldingen in tijdschriften, vooral als ze op zoek gaat naar beeldmateriaal bij een idee. De digitale fotografie heeft de mogelijkheden uiteraard enorm uitgebreid.

Haar atelier is voor Ludi een heerlijke plek om zich terug te trekken. Het is een deel van een schaapskooiachtige schuur op het erf bij haar huis. Ze is er aangewezen op kunstlicht want het heeft voor een atelier te kleine ramen. Maar het is een prettig hoge ruimte met ezels en een werktafel, een spoelhoek en ook een dierbare bank om af en toe op neer te ploffen.
Een aparte opslagruimte voor haar werk heeft Ludi niet. De kartonnen zijn ook makkelijk te stapelen, vragen minder ruimte dan doeken.

Nog altijd schildert Ludi wel op locatie. Dat begon met een geweldige ervaring, een expeditie naar Denemarken met 2 medestudenten. Ze hadden een referaat moeten houden over de Deense tak van CoBrA. Dat gingen ze, met zijn drieen, nog eens op locatie bekijken en daarbij werd ook driftig op locatie geschilderd.
Na die ervaring maakten ze nog meerdere schilderreizen o.a. naar Frankrijk.

Een voorkeur voor een bepaalde kunststroming heeft Ludi niet zo duidelijk; die varieert ook wel. Als kind was ze eerst erg onder de indruk van het werk van van Gogh. Later lange tijd van de noordelijke expressionisten. Werk van De Kooning, Hopper, Hockney en Peter Blake, Per Kirkeby en Diebenkorn komt haar voor de geest, is daar een gezamenlijke  noemer? Is het het intuitieve van hun werk dat sterk aanspreekt?

Na van Gogh bewonderde Ludi de Deense CoBrA schilder Asger Jorn tot ze een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk bezocht. Dat was genoeg, of eigenlijk net iets te veel. Momenteel zijn De Kooning, Hopper (licht!), Hockney, Kirkeby en vooral Diebenkorn schilders waarvan het werk Ludi raakt.
Maar dat ze geraakt wordt door een kunstenaar overkomt haar ook op onverwachte momenten en plaatsen: in een regionaal museum in Sion (Zwitserland) door werk van een kunstenares uit de streek, door werk van haar onbekende  kunstenaars in het Museo de Arte Abstracto Espanol in Cuenca.
"Je vraagt je dan wel eens af welke mechanismen, welke machten maken dat enkelen beroemd en soms overschat worden en anderen niet opgemerkt worden terwijl hun werk je zo rechtstreeks aanspreekt als je het toevallig ziet".

"Dat Kunstmuseum in een kasteel in Sion was dus prachtig. De plek, het gebouw van buiten en van binnen, maar ook de vaste collectie van kunst uit de regio, gewoon chronologisch gegroepeerd, het was een heel mooi geheel.
Insel Hombroich bij Neuss, tegen het Ruhrgebied aan is een all-time-favorit.
Afgaande op tips van mensen die er kijk op hebben wil ik nu ook eens naar Herford (D) waar ook een erg mooi museum moet zijn.
Maar dicht bij huis heb ik pas nog genoten van de tentoonstelling Reshuffle in het prachtige Museum Belvedere bij Heerenveen, vooral van het werk van Jan Snijder en Jaap Nanninga. Je hoeft heus niet altijd ver weg voor goeie kunst."