Jeltje Baas

Jeltje Baas werd lid van SOUZA, omdat ze na het afronden van haar studie MO Tekenen de groep miste, het klankbord van de medestudenten. Ludi Bok vertelde over SOUZA en de begeleiding door Ruud Venekamp. Dat klonk goed en dat bleek ook goed te werken voor Jeltje: ze kreeg de nodige feedback, zag weer werk van anderen, had veel aan docenten uit diverse kunst'scenes', heel inspirerend. Het is al weer 12 jaar geleden dat ze lid werd, in 1996?

Schilderen is voor Jeltje een manier van leven. "Het is altijd weer spannend wat eruit komt, of je bereikt wat je wilt. Er blijft ook altijd iets te streven, ik droom er altijd van mijn ultieme schilderij te maken.

Ik word geinspireerd door mensen, door lichamen, door gezichten, ook door koppen van koeien. Een koeienlichaam kun je zien als een landschap en een landschap als vol van lichamen. Schaduwen van wolken op het landschap zijn als koeienvlekken.

Ik werk net zo goed met olieverf als met acryl. In mijn atelier vaak met olieverf en op locatie, om praktische redenen, altijd met acryl.

Ik werk graag groot! Maar af en toe is klein formaat juist erg leuk om te doen. Heel leuk om te doen was het vliegerproject, waarbij ik moest uitvinden hoe ik mijn portretten en koeien groot, op vliegerdoek moest schilderen. De koeien op de vliegers ontworstelen zich aan de modder (plop) en zullen opstijgen boven de wei waar ze meer en meer uit verbannen worden. Dan liever de lucht in! De premiere van de koeienvliegers is in Christchurch (N-Z) op het strand bij New Brighton in januari 2009.

Werken naar live modellen: mensen, koeien, landschappen, heeft mijn absolute voorkeur, ik gebruik foto's als hulpmiddel als live even niet kan.

Ik lees wel kunsttijdschriften maar laat me er niet door leiden. Het ergert me soms dat ook de kunstwereld last heeft van hypes.

Ik heb een ruim atelier met uitzicht op de landerijen (nog) met koeien. Het is groot genoeg om lessen te geven aan groepjes (max. 8) cursisten. Ik kan er zelf dus ook groot werk maken. Er is een aparte schilderijenberging waarin echt groot werk helaas een beetje uitsteekt.

Vooral in Nieuw-Zeeland werk ik vaak op prachtige locaties aan de kust, bij een baai, in de bergen. Dan span ik mijn doek tijdelijk op een spieraam waar ik het weer afneem als het klaar is. De doeken kunnen dan opgerold in het vliegtuig mee naar huis."

Jeltje kan niet zomaar zeggen welke kunststroming haar het meeste aanspreekt. "Meerdere!" zegt ze, maar uiteindelijk komt ze toch uit op het expressionisme, en wel omdat het net iets dieper gaat dan de realiteit. Maar in veel meer stromingen zitten elementen die Jeltje aanspreken.

Zo zijn er ook vele kunstenaars die zij bewondert; ze noemt Lovis Corinth, Edvard Munch, Kirchner, Matthijs Roling, de vroege Mondriaan, sommige schilders van de Haagse School, Josef Israels en Charley Toorop over wie ze op de kweekschool al een scriptie schreef. De portretten van Charley Toorop vindt ze nog altijd aangrijpend.Tijdens de studie aan de Academie Minerva in Groningen heeft ze ook kennis gemaakt met kunstenaars die misschien  niet direct aanspraken, maar toch interessante uitgangspunten hadden: Louise Bourgois, Damian Hirst e.a. Maar ze gaat toch vooral het liefst haar eigen gang.

Van onlangs bezochte exposities herinnert Jeltje zich die van Pieter Pander, in het Drents Museum als heel mooi. En in Groningen is gelukkig altijd wel ergens iets van De Ploeg te zien; altijd weer boeiend.