Ineke Peek-Kerssen

In 1996 sloot Ineke zich aan bij SOUZA. Ze was gevraagd door Ton Schaareman die haar meemaakte op de vrij-werken-groep van de AKE. Daar hield ze zich vooral bezig met ruimtelijk werk, beeldhouwen en boetseren, maar Ton wist dat ze ook schilderde. Hij had het goed ingeschat: SOUZA was wel wat voor Ineke. Hij was op zoek naar verjonging voor SOUZA, maar het was niet alleen daarom dat Ineke ook wel wat was voor SOUZA.

Ineke maakte al jong kennis met het bestaan van 'de kunstschilder'. Best bijzonder, want als kind kwam je in die tijd eigenlijk niet in een museum, maar een oom van haar was kunstschilder. "Ik herinner me heel goed dat ik erg onder de indruk was als we daar kwamen, vooral van het portret dat hij geschilderd had van mijn nichtje. maar ook van zijn andere schilderijen die enigszins in de stijl van De Ploeg waren. Als vijf- of zesjarige wilde ik ook kunnen wat mijn oom deed en probeerde hem na te doen."

De belangstelling is altijd gebleven, schilderen is ook vandaag belangrijk voor Ineke:" Ik ben graag handvaardig bezig. Waarschijnlijk komt dat ook door mijn vader die altijd dingen maakte: meubels, boten, dat had mijn interesse. Zijn vaardigheid had hij te danken aan het feit dat hij meubelmaker was geweest en later instrumentmaker was. Mijn maken van beelden en het bronsgieten waren duidelijk ook dat heerlijk ambachtelijk bezig zijn.
Mijn schilderen is eigenlijk illustreren van wat ik meemaak, denk en zie. Het omgaan met materiaal is daarbij heel belangrijk: de verf, de geur van lijnolie.Maar het gaat verder, tot en met het zelf maken van de lijsten, dat hoort er ook echt bij. Soms schiet mijn schilderen tekort om duidelijk te maken wat ik denk en voel en moet ik ook nog iets 3D toevoegen, gevonden of zelfgemaakt."

"Veel van mijn werk begint in mijn 'denktank', een kamertje waar ik zit te lezen en vast wat teken, waar de beelden samenkomen die ik dan later schilder in mijn atelier in Erm.
Ik werk graag met acryl, begin daarmee of met een ondergrond van verdunde olieverf die ik laat lopen om dan te kijken wat het wordt. Als ik verder ga, komen er materialen als papier,inkt,boenwas, lijnolie en plaksel aan te pas.
Ik heb geen voorkeur voor een bepaald formaat. Als ik op papier werk is het meestal klein; soms werk ik groot om mezelf uit te dagen.
Ik verzamel beeldmateriaal in mappen: foto's en artikelen uit allerlei tijdschriften. Ik lees ook biografien van kunstenaars en merk dat, wat je hebt gezien bij een museumbezoek, doorwerkt en later blijkt in je werk te zijn binnengeslopen.
Ik heb het geluk te kunnen werken in een atelier bij vriendin Sasja. Het is een ruimte van ongeveer 5x10m op de eerste verdieping in een voormalige bedrijfsruimte die ooit behoorde aan de landbouwcooperatie van Erm. Op de vloer ligt grijs noppenlinoleum, er is een keukenblokje met kraan en gootsteen en, deels hoog geplaatste, ramen geven veel lichtinval. Er is ook een opslaghoek voor mijn werk. Meestal werk ik er anderhalve dag per week.
's Zomers schilderde ik wel eens buiten, met Sasja. Het is er lang niet van gekomen maar er is een plan om eens langs de Aalder stroom......

Als ik nadenk over de mij het meest aansprekende kunststromingen blijkt het toch allemaal figuratief werk te betreffen. Chronologisch als eerste komen middeleeuwse handschriften, met de prachtige initialen, en getijdenboeken. Dan het werk van de Pre-Raphaelieten, waarvan het verhalende karakter en de symboliek me aanspreken. Daarop aansluitend vind ik de Arts and Crafts movement ook heel boeiend en de niet echt bij een stroming behorende kunstenaars William Blake en James Ensor. Het werk van De Ploeg blijft ook van belang voor me.

Als kunstenaar bewonder ik Vincent van Gogh. Ik bekeek hem eerst met enige reserve: zo overbekend, maar door mijn betrokkenheid bij het Van Goghhuis in Nieuw-Amsterdam/Veenoord maakte ik behoorlijk intensief kennis met de man en zijn werk. Daardoor zie ik hem nu toch als heel bijzonder, als volhouder en vernieuwer.
Daarnaast bewonder ik het werk van Gertie Bierenbroodspot, van Pieter Pander en van William Morris.

In het mooie museum De Fundatie in Zwolle zijn vaak interessante exposities. Ik zag er tekeningen van Joseph Beuys die op een bijzondere manier werden getoond, namelijk steeds twee-aan-twee naast elkaar met tekeningen van een ander. De bedoeling was hierdoor de bezoekers te leren kijken. Voor mij werkte het zeker, ik keek nu op een nieuwe manier naar b.v. renaissancetekeningen.
Ik ga ook altijd graag naar exposities in het Singer Museum in Laren, ook zo'n mooi museum."