Dick Nederveen is de nestor van SOUZA. Hij werd in het seizoen 1989-90 lid van de zaterdaggroep van de AKE, de in '85 gestarte voorloper van SOUZA.
Hij tekende van kinds af aan al heel graag. Dat lijkt te verklaren vanuit de familiegeschiedenis, die zich voornamelijk in Zuid-Holland en Noord-Brabant afspeelt. Deze linkt de Nederveens aan Johannes Vermeer en bevat in de 19de en 20ste eeuw enkele schildertalenten.
Dick herinnert zich nog goed hoe zijn oom Hans, die op de scheepswerf van Piet Smit met vaste hand de namen op de daar gebouwde schepen schilderde, een tekenboek van zijn neefje Dick bekeek en daarin tot diens afschuw de stam van een boom ging 'verbeteren' door er een licht- en een schaduwkant op aan te brengen. Sinds die dag geldt voor Dick:"Nooit in iemands werk ingrijpen!"
Verblijvend bij familie in 's Gravenmoer, had hij in de omgeving schetsen en tekeningen gemaakt, o.a. van het mooie huis, met een torentje, van de burgemeester. De oom die daar recht tegenover woonde zei:"Dat moet je aan de burgemeester brengen!" Dick ging dat inderdaad maar doen en zo verdiende hij voor het eerst iets met een tekening, de burgemeester gaf hem er 4 gulden voor.
Naar de academie voor beeldende kunsten gaan lag, ondanks zijn interesse en talent, niet voor de hand. Het werd een serieuze studie en het bleef tekenen in de vrije tijd.
Zo gaf hij, in de verlovingstijd, aan Annie, al meer dan 50 jaar zijn echtgenote, een uiterst fijn uitgewerkte pentekening naar een foto uit een tijdschrift, tekenen bleef zijn grote hobby.
Na de verhuizing naar Emmen werd Dick in 1966 lid van de AKE, waar hij diverse cursussen volgde. Begin zeventiger jaren begon hij, naast het tekenen, pas met schilderen. Hij nam ook les bij Edith Stoel en enige tijd bij de DACA. de Drentse Academie voor Amateurs.
Waarom hij zich bij SOUZA aansloot, hij weet het niet meer precies, maar wel dat hij er zich sinds 1989 thuisvoelt.
Schilderen is en blijft belangrijk voor Dick. Het heeft iets bevrijdends voor hem. Er zijn perioden geweest waarin hij door ziekte niet kon schilderen, of geen tijd had, of geen zin. Dan bouwde zich een onrust op en wist hij op een ogenblik:" Nu ga ik naar het atelier, zet mooie muziek op en begin. Dan pak ik een houtskooltje en ga daarmee bewegen op de maat van de muziek, gewoon de maat slaan eigenlijk en na een poosje stap ik naar mijn ezel en beweeg verder op het doek of het papier. Wat dan ontstaat wordt het uitgangspunt voor mijn schilderij. Ik zet de houtskooltekening op de kop en op zijn kant tot ik er iets in herken en werk wat ik gevonden heb dan verder uit."
Muziek is, naast de natuur, de belangrijkste inspiratiebron voor Dick.
Hij werkt het liefst met olieverf maar ook met pastelkrijt.
Qua formaat werkt hij het liefst niet te groot, zo van 20x30 cm tot 50x65 cm.
Dick verzamelt allang afbeeldingen van kunstwerken, uit kalenders, agenda's, e.d. Het betreft vaak werk waarbij hij zich afvraagt:"Hoe heeft ie dit gedaan of dat opgelost?"
Zijn eigen werk heeft hij ook perfect gearchiveerd. In plakboeken zijn afbeeldingen van zijn werk chronologisch geordend, evenals documentatiemateriaal over exposities en krantenberichten.
Dicks baan bij NIRA en Ericsson bestond voor een groot deel uit onderzoeks- en ontwikkelingswerk naar materialen en fabricagetechnieken. Die kant van het schilderen heeft ook zijn grote interesse. Hij deed zelf onderzoek naar kleuren en optische effecten en schreef daar artikelen over die gebundeld in het archief zitten.
Dicks atelier op de bovenverdieping van zijn huis is ook een documentatiecentrum. Hij bewaart er zijn materialen, er staan een ezel en een ezeltje en voor het raam, op het oosten, bevindt zich een grote werktafel.
Dick heeft veel op locatie geschilderd en getekend. Op vakantie maakte hij altijd schetsen die veelal tot schilderijen werden uitgewerkt. Ook in de omgeving van Emmen legde hij plekken die hem troffen vast.
Lang hadden de impressionisten zijn voorkeur, maar geleidelijk aan verschoven zijn belangstelling en bewondering naar de expressionisten. In hun werk vond hij meer dan een aantrekkelijk plaatje: inhoud. Dicks werk is ook nooit alleen een afbeelding van iets moois of iets leuks, er gaat altijd iets achter schuil, er is altijd een lading. Ruud Venekamp noemde hem ooit een realistisch expressionist en daar voelt Dick zich nog altijd goed bij.
Dick bewondert allerlei kunstenaars die hun werk met zorg en aandacht maken. Dat zijn bijvoorbeeld Rembrandt en Vincent van Gogh en, in tijd en plaats dichtbij, Paul Meijering en de door de Toyisten beschilderde gasbol.
Dick en Annie hebben al heel wat musea en exposities bezocht. Nog onlangs waren ze in het Gemeentemuseum in Den Haag, dat ze alleen als gebouw al zeer waarderen. Het zijn niet altijd schilderijen die Dick's interesse opwekken: een expositie over Tupperware, die daar toevallig was, viel een beetje tegen.


